|
Wat doet de Kreenk vuur de Twentse Sproak zoal? De Kreenk vuur de Twentse Sproak (KTS) houdt zich bezig met, hoe kan het ook anders, de Twentse taal. De Kreenk is opgericht op 21 november 1975 en organiseert van alles: - zo’n vier keer bij jaar komen de leden bij elkaar - elk jaar wordt er in ergens in Twente een streektaalavond gehouden - vier keer per jaar ontvangen de leden de Bodbreef - het organiseren van oecumenische kerkdiensten in de streektaal - het geven van cursussen in de streektaal - participeren in overkoepelende organisaties, ook internationaal - meepraten over de erkenning van het Nedersaksich
Taken van de Kreenk: - Bijbelvertaling - Streektaaltelefoon - RTV Oost - Schrieversbond Overijssel - Van Deinse Instituut - Streektaalconsulent - Publiceren van proza en poëzie - Vaststellen en uitgeven van de Twentse spelling (zie hieronder) |
De SPELLING van het TWENTS [heel in het kort]
1. De uitgangen van een woord worden gewoon voluit geschreven met -en: potten, kokken, ropen, drieven en verder: deuzen, hoolten, vearken, sökken, plaanten.
2. Wij schrijven: oa waar dat moet: proaten, kloar, woar, poal, kammeroad, soldoat, droad.(vergelijk Engels: board).
3. De bijzondere eu-achtige klaank (Frans: œuvre) schrijven wij als öa: möalke, kammeröadke, dröadke, nöalerd.
4. De scherpe e (è) schrijven wij als ea: dear, plearen, reagen, stea. (Frans: misère).
5. De korte eu-klank is in het Twents de ö: hee löp, döl, kökken.
6. Nederlands oe is in het Twents vaak een o-klank, dan schrijven wij oo: koo, hoo, too, gedoo. Ook in de samenstellingen: koomelk, hoodöanig, toometten.
7. Lidwoorden schrijven wij zo: ’n meanske, nen kearl, het (of ‘t) keend, de vrouw.
8. Samentrekkingen, vooral tussen werkwoorden en persoonlijke voornaamwoorden, worden met koppelteken angegeven: he-k (heb ik), doo-j (doe iej), goa-w (goa wie). Ook met bijvoorbeeld een voegwoord: a-w dat doot (as wiej dat doot). Soms ondoorzichtig: doar wa-w. (doar warren wiej). Het is vaak beter om het voluit te schrijven.
NB: Elk bijzonder dialect in Twente kan voort met deze spelling, want de keark, kaark, karke, koarke, kaajke blijft in het midden. Elk hoes of huus houdt haar eigen veurdeur, vuurduur, vuurdeur of veurduur!
Dit was het dan, heel in het kort! |