Museum TwentseWelle

Nu te zien: Van nul- tot duizendpoot

Museum TwentseWelle staat in het teken van ‘Van nul- tot duizendpoot’. Deze tentoonstelling vertelt over de mechanieken van de natuur; over de botten en spieren van dieren en over hoe ze werken. ‘Het mechanisch wereldbeeld’ wordt geschetst. Want hoewel dieren – inclusief wij mensen – in oneindig veel verschijningsvormen bestaan, al onze skeletten gebruiken dezelfde bouwschema’s. Dat wordt getoond aan de hand van dierskeletten, van preparaten, van microscopische beelden, van modellen, van video en fotografie en van robots.

Voortbeweging door vormverandering

Er is maar één soort ‘voorwerp’ dat in staat is zichzelf voort te bewegen over het aardoppervlak: dieren. Planten en bomen staan stil. Vuilniszakken, stoelen en kopjes koffie kunnen voortbewegen, maar niet op eigen kracht. Dieren - inclusief de mens - kunnen zichzelf wel op veel verschillende manieren voortbewegen. Lopend, zwemmend, vliegend, springend, kruipend, gravend…

Voortbewegen betekent van vorm veranderen. Een rups verandert van vorm, een regenworm ook, en zelfs een wandelende mens verandert van vorm om vooruit te kunnen komen. Daar komen alle manieren van voortbewegen op neer: van vorm veranderen ofwel bewegen en wel zodanig dat er verplaatsing optreedt.


Van nul- tot duizendpoot

Een gekko die met zijn poten ondersteboven tegen het plafond loopt en een zeeleeuw die met zijn flippers zwemt. Oppervlakkig gezien lijken die plakpoot van de gekko en de vin van de zeeleeuw niets met elkaar te maken te hebben. Maar schijnt bedriegt: als je beide dieren ontleed en naar de skeletten kijkt dan zie je dat de flipper van de zeeleeuw geen vissenvin is, maar een omgevormde voorpoot.


Poten hebben afhankelijk van de leefwijze van het dier dus heel verschillende vormen die zich met heel verschillende technieken voortbewegen: van renpoten van hoefdieren, springpoten van kangoeroes, graafpoten van mollen, klauwpoten van luiaards, tot flippers van zeeleeuwen en de handige voorpoten (armen met handen) van de mens.


Lopen, kruipen, kronkelen, zwemmen, springen, vliegen

Het skelet is de sleutel tot het succes van het voortbewegen van gewervelde dieren. Dat zijn dieren met een inwendig bottenstelsel. Een skelet is een heel flexibele constructie die zich makkelijk laat aanpassen. Sinds hun bestaan kunnen gewervelde dieren zo elk plekje op de wereld veroveren - te land, ter zee en in de lucht. We lopen, zwemmen, kruipen, graven, kronkelen, springen en vliegen we de wereld over. Maar hoe werken al die voortbewegingsmechanieken nu eigenlijk? Dát zie je in ‘Van nul- tot duizendpoot’. Benieuwd naar de tentoonstelling? Bekijk hier alvast voorproef van de tentoonstelling.


In ‘Van nul- tot duizendpoot’ is het skelet van een butskop te bewonderen. Het is wel 10 meter lang. De butskop is dan ook één van de grootste dolfijnsoorten. Hij dankt zijn naam aan zijn enorme bolle voorhoofd met spitse snuit. De butskop is een zeer grote dolfijn die tot de spitssnuitdolfijnen behoort. Hij heeft een bol voorhoofd en een buisvormige snuit. Bij mannetjes steken er twee tanden aan de voorkant uit de onderkaak. Volwassen dieren zijn grijs tot bruin van kleur, jonge dieren bijna zwart. Het zijn nieuwsgierige dieren die vaak boten benaderen. Er is veel op deze soort gejaagd. Zelf jagen ze vooral op pijlinktvissen, waarvoor ze lange en diepe duiken maken.



Schepselen

Dit najaar zijn er drie tentoonstelling in Rijksmuseum Twenthe en Museum TwentseWelle rondom het thema ‘Schepselen’. De aanleiding voor het 'schepselen’-drieluik is de tentoonstelling De Snuffelaer over de 17de-eeuwse schilder Otto Marseus van Schrieck (RMT, 5 nov. – 11 maart). Marseus schilderde bostaferelen met ‘geminachte’ schepselen als slangen, libellen, vlinders, paddenstoelen, kikkers en padden. Door te observeren en in te zoomen weet hij deze schepselen met wetenschappelijke precisie in beeld te brengen. Het tweede deel van het drieluik is De Aard der Dingen (RMT, 5 nov.- 25 maart) waarbij negen kunstenaars met potlood en krijt motieven ontleend aan de natuur met verfijnde precisie weergeven. In Museum TwentseWelle staat de beweging van alle schepselen centraal in Van Nul- tot duizendpoot (14 okt. – 4 febr.).


Bij het drieluik verschijnt ‘Schepselen’, een kleurrijk magazine dat in beide musea voor € 2,00 verkrijgbaar is.