Museum TwentseWelle

Verwacht: Van nul- tot duizendpoot

Vanaf zaterdag 14 oktober staat Museum TwentseWelle in het teken van ‘Van nul- tot duizendpoot’. Deze tentoonstelling vertelt over de mechanieken van de natuur; over de botten en spieren van dieren en over hoe ze werken. ‘Het mechanisch wereldbeeld’ wordt geschetst. Want hoewel dieren – inclusief wij mensen – in oneindig veel verschijningsvormen bestaan, al onze skeletten gebruiken dezelfde bouwschema’s. Dat wordt getoond aan de hand van dierskeletten, van preparaten, van microscopische beelden, van modellen, van video en fotografie en van robots.

Voortbeweging door vormverandering

Er is maar één soort ‘voorwerp’ dat in staat is zichzelf voort te bewegen over het aardoppervlak: dieren. Planten en bomen staan stil. Vuilniszakken, stoelen en kopjes koffie kunnen voortbewegen, maar niet op eigen kracht. Dieren - inclusief de mens - kunnen zichzelf wel op veel verschillende manieren voortbewegen. Lopend, zwemmend, vliegend, springend, kruipend, gravend…

Voortbewegen betekent van vorm veranderen. Een rups verandert van vorm, een regenworm ook, en zelfs een wandelende mens verandert van vorm om vooruit te kunnen komen. Daar komen alle manieren van voortbewegen op neer: van vorm veranderen ofwel bewegen en wel zodanig dat er verplaatsing optreedt.


Van nul- tot duizendpoot

Een gekko die met zijn poten ondersteboven tegen het plafond loopt en een zeeleeuw die met zijn flippers zwemt. Oppervlakkig gezien lijken die plakpoot van de gekko en de vin van de zeeleeuw niets met elkaar te maken te hebben. Maar schijnt bedriegt: als je beide dieren ontleed en naar de skeletten kijkt dan zie je dat de flipper van de zeeleeuw geen vissenvin is, maar een omgevormde voorpoot.


Poten hebben afhankelijk van de leefwijze van het dier dus heel verschillende vormen die zich met heel verschillende technieken voortbewegen: van renpoten van hoefdieren, springpoten van kangoeroes, graafpoten van mollen, klauwpoten van luiaards, tot flippers van zeeleeuwen en de handige voorpoten (armen met handen) van de mens.


Lopen, kruipen, kronkelen, zwemmen, springen, vliegen

Het skelet is de sleutel tot het succes van het voortbewegen van gewervelde dieren. Dat zijn dieren met een inwendig bottenstelsel. Een skelet is een heel flexibele constructie die zich makkelijk laat aanpassen. Sinds hun bestaan kunnen gewervelde dieren zo elk plekje op de wereld veroveren - te land, ter zee en in de lucht. We lopen, zwemmen, kruipen, graven, kronkelen, springen en vliegen we de wereld over. Maar hoe werken al die voortbewegingsmechanieken nu eigenlijk? Dát zie je in ‘Van nul- tot duizendpoot’. Benieuwd naar de tentoonstelling? Bekijk hier alvast voorproef van de tentoonstelling.